Interview Wilfred Genee over de rol van presentator

Wilfred Genee & Frank Gaarthuis

Interview Wilfred Genee over de rol van presentator

Bij het praten over de inhoud van het boek ‘Een goed begin is het halve werk, 10 aandachtvangers & 30 lesopeningen voor het voortgezet onderwijs’ waarin de docentenrol van presentator volledig is uitgewerkt, dacht Wilfred Genee direct aan een uitspraak van Co Adriaanse: ‘De trainer is de thermometer van het team, dat wat een coach uitstraalt slaat vaak ook over op de spelers’. ‘Dus als je iemand voor de klas hebt staan die ook de uitstraling heeft dat het leuk, fijn en spannend is wat je vertelt, dat het inhoudelijk goed is en een bepaalde betekenis heeft dan komt het goed op leerlingen over. Als je dat niet hebt, hoe wil je dan dat het wordt overgebracht op leerlingen? Dat is altijd zo belangrijk bij alles wat je doet’, aldus Wilfred.
Wilfred doet veel presentaties in het land. Hij deed er eentje voor een bank met als thema ‘dienstbaarheid’, wat hij trouwens heel normaal vindt als je voor een bank werkt maar daar moest op getraind worden. Hij kwam toen met heel weinig energie op en zei leuk mensen dat jullie er zijn ik heb er zelf helemaal niet zo’n zin in. Iedereen zat verbijsterd te kijken en toen zei hij ‘ik kom nog een keertje op’. Dit keer met heel veel energie en heel veel power ‘Dames en heren hebben jullie er zin in? We gaan er een topdag van maken!’
Daar draait het allemaal om, geeft Wilfred aan. Dat is het enige waar het om draait, wat straal jij zelf uit. Sta je achter het product wat je verkoopt, vind je het goed wat je doet? Als je dat niet uitstraalt weet je ook dat het niet overkomt. Je bent eigenlijk de spiegel van je klant.

In 1986 behaalde Wilfred Genee zijn Gymnasium diploma op het Stedelijk Gymnasium in Leeuwarden. Zijn er bepaalde docenten die je echt zijn bijgebleven?

Van de Berg onze geschiedenis leraar, was wel een gedreven man omdat hij zo verschrikkelijk in de historie zat maar ook omdat hij een enorme sportliefhebber was, met name honkbal. Daar kon hij erg gedreven over vertellen, dat vond ik altijd heel bijzonder. 

En dan hadden we een leraar Latijn die heette J.H.D. Zijnstra die kon verhalen vertellen over bijvoorbeeld de Griekse mythologie, nou dat was echt fantastisch, vertelde Wilfred enthousiast. Hetzelfde als onze leraar filosofie. Hij liet ons over alles nadenken en hij zei ook dat het mij nooit zou lukken om de beste sportpresentator van Nederland te worden, überhaupt dat ik in Hilversum terecht zou kunnen komen. Dat gaat je nooit lukken waren zijn eerste woorden, ik zei: ‘dat zullen we nog wel eens zien!’.  Deze docent is mij vooral bijgebleven omdat hij niet ouder leek maar wel ouder was. Hij wist de taal van de jongere mensen te spreken. En die andere twee waren vooral heel erg gedreven. De geschiedenisleraar was vooral heel hiërarchisch, die was heel erg van discipline en strengheid. Nou stond ik er altijd wel goed op want ik haalde altijd achten, negens en tienen omdat ik het zo’n fantastisch vak vond. Hij kon wel heel streng zijn maar daar kon ik wel een potje bij breken. Maar de gedrevenheid van die mensen dat is natuurlijk heel belangrijk. Weet je wel, dat je voelde dat er een bepaalde passie in zat. Die zat er zo verschrikkelijk in bij deze mensen. Dat is wat ik bedoel met die thermometer: als jij het uitstraalt dat jij het heel mooi en bijzonder vindt, dan heb je al een heleboel gewonnen. 

De laatst genoemde docent was een soort motivator in de zin van ‘ik denk niet dat je het kan’ en toen ging jij bewijzen dat je het wel kon. Daarna ben je rechten gaan studeren?

Ja, ook omdat mijn beste vrienden dat gingen doen en mijn ouders wel heel trots waren op het feit dat ik het gymnasium had afgerond en iets serieus kon gaan studeren. Mijn voorkeur zelf lag wat meer bij de school voor journalistiek of bij de kunstacademie. Ik heb toch uiteindelijk rechten gedaan en afgerond. Maar meer met het idee dat het handig was om er wat bij te hebben maar niet om er uiteindelijk echt iets mee te gaan doen. 

Daarna ben je je pad gaan bewandelen als sportjournalist. Zijn er mensen die jou hebben geïnspireerd om presentator te willen worden?

Ja als je er toch eentje noemt is dat wel Willem Ruis omdat hij zowel op de radio (bij Langs de Lijn) en als showmaster echt fantastisch was. Ook Kees Jansma inspireerde mij, hij heeft heel veel vakmanschap en is een fantastische presentator. En ook Mart Smeets, wel in iets mindere mate. Nu vooral Jeroen Pauw, dat vind ik echt een geweldige vakman. Ik neem geen dingen van hem over, want dat is niet wie ik ben. Ik probeer vooral dat wat ik goed kan verder uit te bouwen. En het enige stukje wat er nog bij moet komen is een stukje empathie, dan hebben we alles gehad, zegt Wilfred met een knipoog. 

In 2002 ben je begonnen als presentator van het programma Voetbal Inside (nu Veronica Inside). Hoe zorg jij er nu voor dat de je aandacht vangt en vasthoudt tijdens de uitzendingen?

Nou, wat ik de hele tijd doe is kijken of er nog spanning op zit of niet? Is er nog een spanningsboog? Als ik bijvoorbeeld een onderwerp doe wat vrij serieus is, stap ik over op een heel ander genre, of ik zoek de confrontatie, of ik probeer de humor te zoeken of er een vertraging of versnelling in te gooien. Wat ik de hele tijd doe is ook voelen bij het publiek wat er gebeurt, reageert het publiek nog? Heb ik zelf het gevoel dat het nog spannend genoeg is? Je bent dus eigenlijk aan het schilderen, je hebt een palet met allemaal kleuren en je denkt nu moet die kleur er even bij anders wordt het niet mooi, weet je wel. Het moet allemaal wel een kleurrijk geheel worden. Als je steeds op één toon presenteert of op één toon het programma laat lopen, kijk dat is niet onaardig bedoelt naar Studio Voetbal maar dat is altijd één toon, één tempo en zo heel af en toe wordt er nog eens gelachen zoals met Rafael van der Vaart en Pierre van Hooijdonk. Maar het moet dicht bij het programma blijven, het moet kloppen. Wat ik eigenlijk de hele tijd aan het doen ben is aan het zoeken naar waar valt er nog wat te halen. Als ik al door heb dat er niks te halen valt stel ik twee of drie vragen en dan zo snel mogelijk naar een ander onderwerp en meteen een hele andere toon aanslaan. Het is heel belangrijk om te variëren en te schakelen. Dat kon Mart Smeets als geen ander. Die kon echt fantastisch schakelen als presentator. Die kon ook een tijdje heel bombastisch doen en dan maakte hij het opeens heel klein en daarna kon hij weer versnellen. 

Ik zie jou voor de uitzending wel eens wat dingen noteren. In hoeverre zijn jouw acties als presentator voorbereid? 

Mijn opmerkingen, vragen en alles wat er gebeurt is op geen enkele manier voorbereid. Wat ik opschrijf is altijd het laatste nieuws wat ik tegen kom op de website van Voetbal International of De Telegraaf. Dus ik kijk altijd nog even of ik de laatste dingen mee kan nemen om te gebruiken. Ik moet je eerlijk zeggen dat doe ik ook bij BNR Nieuwsradio, ik spreek straks Peter Faber en ik weet nog niet welke vragen ik hem ga stellen. En als ik ga zitten dan komt het in me op en als hij wat zegt dan denk ik daar zit wel wat in, of daar moet ik wat mee doen. 

Het lijkt er op dat je dus veel aan het improviseren bent, klopt dat?

Het is eigenlijk gewoon associatief werken. Reageren op wat de omgeving jou biedt. En eigenlijk doet een docent dat natuurlijk ook. Die zou ook uit de lichaamstaal van bepaalde leerlingen heel veel dingen kunnen opmaken. Daar zou die wat mee moeten doen. En dat moet hij juist wel op een positieve manier doen. Zeker als docent. Dus ik zou nooit zeggen ‘jij zit verkeerd’ of ‘jij bent niet goed bezig’. Je zou moeten zeggen ‘ik heb de indruk dat, klopt dat ook?’. Je legt het dan bij de ander neer en die moet er dan wat mee gaan doen. En als hij aangevallen wordt, word hij vaak juist agressief en zorgt het er juist voor dat hij dicht slaat. Maar als je het open houdt dan moet de ander daar op reageren. Zolang je niet aanvalt kun je er heel veel mee doen. 

Hoe kijk je naar je eigen ontwikkeling als presentator en speelt zelfkennis een rol?

Dat speelt absoluut een rol. Als ik naar mezelf kijk, ik ben een enorme perfectionist. Dus bij mij is het eigenlijk nooit goed. Dus ik ben kritisch op mijn eigen prestaties. Toen ik net bij Sport7 werkte deed ik een uitzending en toen zei iemand dat het er geweldig uit zag. Toen zei ik nee het was gewoon een hele slechte uitzending. Maar het waren allemaal ja-knikkers. Mensen die gewoon niet de waarheid durfden te zeggen. Toen zei ik: ‘als je met mij wil werken dan wil ik gewoon echt dat je eerlijk zegt wat je er van vindt, want hier kan ik helemaal niks mee’. Maar je komt natuurlijk helemaal als tv-presentator in omgevingen waar mensen minder kritisch op je zijn dan in het dagelijks leven. Dus je moet kritische mensen om jezelf heen verzamelen. Als leraar moet je denk ik ook heel goed naar jezelf blijven kijken. 

Je doet naast je tv werk als presentator ook presentaties voor live publiek. Als je kijkt naar hoe je dan de rol van presentator invult, is die dan anders?

Ja, ondanks het feit dat mensen mij pedant en arrogant vinden ben ik in Veronica Inside enorm dienstbaar. Ik ben maar met één ding bezig en dat is hoe krijg ik Johan, Jan, René en Wim Kieft zo goed mogelijk op de buis. Dus dat betekent dat ik Johan wel eens boos maak of op een andere manier prikkel en dat geldt ook voor René. Ik ben dan alleen maar bezig met hoe zij daar uit komen. Ik pak Johan Boskamp de afgelopen jaren veel harder aan omdat hij zich heeft voorgenomen om zich niet meer op de kast te laten jagen. Dus ik moet hem, om hem nog leuker te laten zijn en goed over te laten komen, nog harder aanpakken. Waardoor hij nog sympathieker wordt en ik nog onsympathieker. En dan weet ik ook wel, ik schiet er persoonlijk niks mee op maar het programma wel. Het programma wordt er veel leuker door, dus daar zit ik voor. En dat mensen mij daardoor allemaal een ‘lul’ vinden hoort er dan maar bij, maar dat is wel mijn rol in dat programma. Bij een presentatie schakel ik al heel anders. Ik breng sowieso mijzelf daar veel meer in. Bij BNR wil ik de gasten er heel goed uit laten komen, maar wel op mijn manier. Ik ben minder bezig om ze alleen maar in hun kracht te zetten maar juist ook mezelf in mijn kracht te zetten. Je moet reëel kijken naar hoe het op dat moment zo leuk mogelijk kan worden. 

Hoe ga je om met stug publiek tijdens presentaties?

Ik maak meestal wat cynische opmerkingen en grappen vooral ook over mezelf. Soms is het zoals het is. Belangrijk daarbij is om vooral heel dicht bij jezelf te blijven en het luchtig te houden. Je ziet mensen soms zeggen ‘ja ik doe het ook pas voor het eerst en ik vind het best moeilijk’. Je moet volgens mij nooit benoemen dat je ze moeilijk vindt of lastig, als je dat gaat roepen ben je ze kwijt. Dat is hetzelfde over wat ik eerder zei over hoe je met je publiek of leerlingen om moet gaan. Je moet het nooit bij hun neerleggen. Je moet het altijd bij jezelf neerleggen. 

Een relatief groot aandeel van een aanstelling van docenten is scholing volgen. Doe jij ook aan scholing om beter invulling te kunnen geven aan je beroep?   

Nee ik ben vooral bezig met heel veel uren draaien. Ik ben nu ook DJ bij Radio Veronica dus ik ben nu bijna elke dag wel in die studio om de techniek te leren, want dat wil ik ook kunnen. Maar wat ik ook doe is jongere presentatoren coachen en trainen daar waar ik kan. Met hen beelden terugkijken, opmerkingen en aantekeningen maken om goede punten eruit te halen. Daar leer ik dan ook weer van. Die jongeren geven mij dan ook weer iets terug zodat ik dingen anders bekijk. Dus vertaald naar docenten zou het betekenen: maak zoveel mogelijk vlieguren, kijk hier op terug en ga sparren met jonge mensen.   

Docenten hebben over het algemeen veel werk te doen. Dit geldt ook voor jou, je doet heel veel dingen naast elkaar. Hoe zorg jij er voor dat je fit en scherp blijft?

Ik sport vrij veel en eet gezond ook door de invloed van Lili, mijn vrouw, met Vullen of Voeden. Het gekke is ook dat al die verschillende dingen naast elkaar doen mij ook weer heel veel energie geeft. In dat opzicht heb ik een heel rijk maar ook druk leven. Ik ga straks naar BNR, dat vind ik echt een feest. Vanavond dan Veronica Inside doen is ook een feest en daarna ga ik nog twee uur radio maken. Ik zal vanavond echt kapot zijn, ik zou iets meer moeten slapen denk ik. Slapen is echt de meest onderschatte factor van wat je doet in je leven. Ik loop niet rond met een koeltas met allerlei geprepareerd voedsel, zo sla ik ook niet door. Misschien als ik wat ouder ben dat ik daar wel op moet gaan letten. Maar ik drink alleen maar water en thee. Het ontbijt met veel fruit is erg belangrijk. Een goed ontbijt. Ik drink geen frisdranken en af en toe wel een glaasje wijn ofzo en iets meer bij de karaoke.

Je zit volop in de mediawereld en in de afgelopen jaren is er onafgebroken aandacht voor het onderwijs in de media. Hierin wordt er tegen docenten en over docenten gesproken. Wat zou jij willen zeggen tegen de docenten van Nederland als je ze iets zou mogen meegeven?

Nou ja, ik bedoel het gaat over trots. Docent zijn is zo’n belangrijke baan. Ik zei het laatst nog tegen de leraar van mijn dochter. Die ziet mijn dochter bijna net zo vaak als ik haar zie doordeweeks. Dus je hebt een hele belangrijke taak die je uitvoert voor onze kinderen hoe oud ze ook zijn. Dus wees daar heel trots op hoe belangrijk je bent voor de basis van onze samenleving. Ik vind dat onze leraren, met alles wat er rondom leraren speelt zoals bijvoorbeeld met de salarissen, ze niet op waarde worden geschat. Ik was laatst op een congres waar naar voren kwam dat ze proberen om mensen uit het bedrijfsleven proberen om te scholen. Maar die mensen moeten ook de behoefte voelen dat het ook een baan is waar je een beetje trots op kan zijn. En dat zou echt meer naar voren moeten komen dat het heel bijzonder is dat je leraar bent. Op een gegeven moment zat dat gewoon in een verdomhoekje. Maar kom op, je bent de basis van onze samenleving man. Je bent zo belangrijk. Dan ga je het ook meer voelen. Ik had zelfs nog een slogan bedacht maar die ben ik even kwijt. Het gaat er in ieder geval over dat leraren helden zijn, ik vind het echt heel bijzonder. Ik kan me ook voorstellen dat het hartstikke zwaar is zo nu en dan maar ook enorm inspirerend is. 

Welke tips zou je willen meegeven aan docenten die zich ontwikkelen in de rol van presentator?

Als ik leraar zou zijn en ik zou een heel verhaal zitten te vertellen zou ik af en toe iets tussendoor vertellen wat absoluut niet klopt. En dan eens kijken of iemand het door heeft. Dat je bijvoorbeeld zegt: ‘jongens klopt het nou wat ik zojuist zei of niet?’. Dat vind ik altijd hele leuke dingen ook als ik lezingen geef om even te kijken of iedereen er nog bij is. Leerlingen dus af en toe ‘teasen’ en met de aandacht van de leerlingen spelen. 

Ja en vooral: deel je verhaal op de manier die voor jou het lekkerste voelt. Het moet jouw verhaal zijn. De kracht van een goede presentator is dat hij het gevoel geeft dat hij het vertelt alsof hij bij jou aan de keukentafel zit. Dat moet het gevoel zijn. Het moet vooral echt zijn wat je vertelt. Dat is voor elke presenator gewoon de kern. Er werken natuurlijk heel veel presentatoren met een autocue, dus dat wordt sowieso al een stuk lastiger. Ze zeggen mij soms ‘ik ben zo bang dat het fout gaat’. En dan vraag ik: ‘weet je waar je het over hebt?’, ‘heb je al je informatie goed in je hoofd zitten?’. Zijn de antwoorden op die vragen ‘ja’. Nou wat dan als het fout gaat? Dan zeg je toch gewoon ‘daar zit ik even helemaal verkeerd, maar ik weet het wel want het zit namelijk zo en zo’. Dus als je nou gewoon vertelt zoals het is, dan is het namelijk goed. En je kan dan niet fout gaan als je goed in je papieren zit. Want je weet gewoon dit is een onderwerp waar ik alles van weet. Je kan fout gaan door eens een keer te stotteren, een verkeerd woord te gebruiken of een keer te struikelen over je zin maar in principe ga je niet fout op je verhaal. En als je dat maar weet en voor jezelf onthoudt, dan ga je het bij een foutje gewoon nog een keer proberen!